Hoe werkt dat?

Macrofotografie: zo maak je de kleinste dingen groots

Door: Kim
03-07-2017
Macrofotografie Header

Macrofotografie, de techniek waarmee je kleine objecten groot weergeeft, heeft op veel fotografen een bijzondere aantrekkingskracht. In samenwerking met Zoom.nl leggen we je uit hoe je op ontdekking in deze miniwereld de prachtigste macro-foto’s maakt.

Wat is macrofotografie?

Officieel spreek je pas van macro-foto’s als het onderwerp op ware grootte op de beeldsensor wordt afgebeeld. Deze verhouding van 1:1 noemen we de afbeeldingsmaatstaf. Met een verhouding van 1:2 is het sensorbeeld slechts de helft van het origineel; we spreken dan eerder van een close-up. Groter maken dan in werkelijkheid kan ook. Met een verhouding als 2:1 of hoger kun je minieme details echt enorm opblazen. Er zijn een aantal technieken om macrofoto’s te maken. 

Voorzetlenzen

De goedkoopste manier om macrofoto’s te maken, is met een dioptrie-voorzetlens. Dit is feitelijk een soort brillenglas, verkrijgbaar in verschillende sterktes, van +1 tot +10. Deze voorzetlens kun je simpel op de lens van de camera schroeven. Hij verkort dan de minimale afstand tot je onderwerp waarop je nog kunt scherpstellen (de instelafstand). Het voordeel is de lage prijs: voor tien euro heb je er al eentje. Bovendien heb je met een voorzetlens geen lichtverlies. Een nadeel is dat de scherpte terugloopt.

Macro-objectief

Hoewel je met veel kitlenzen aardig dichtbij komt, krijg je de beste macro-foto’s met een echte macrolens met een afbeeldingsmaatstaf van 1:1. Macro-objectieven zijn er in allerlei brandpunten, vanaf 50 tot 200 mm. Het voordeligste objectief is de 50 mm en zo’n lens is al prima geschikt voor bijvoorbeeld plantenfotografie. Het nadeel van 50 mm is dat je wel heel dicht op het onderwerp moet kruipen en daardoor is dit type minder geschikt om schrikachtige dieren als insecten, reptielen of amfibieën te fotograferen.

Voor een bredere toepassing liggen objectieven rond 100 mm meer voor de hand. Hierbij is de afstand van de camera tot het onderwerp groter. Ook is de onscherpte in voor- en achtergrond mooier en rustiger. Dit komt het totale beeld ten goede. Bovendien zijn de brandpunten nog redelijk compact, licht en handzaam. 

De laatste groep objectieven voor macrofotografie zijn de langere brandpunten zo rond de 200 mm. Voordeel hiervan is de grotere afstand tot je onderwerp, dat minder snel wegvlucht. Door de geringe scherptediepte (het deel van de foto dat scherp is) kun je het hoofdonderwerp scherp laten uitkomen tegen een heel rustige achtergrond. Hierdoor krijgt het onderwerp meer zeggingskracht.

Macro Lens

Tussenringen

Een andere manier om de minimale instelafstand te verkorten, is met één of meer tussenringen. Zo’n tussenring is een korte, holle buis die je op de body plaatst, waarna je er een gewoon objectief bovenop klikt. Dat kan een enkele ring zijn, maar er zijn ook setjes van drie te koop in verschillende diktes. Met tussenringen van je eigen cameramerk kun je gewoon de autofocus en automatische instellingen blijven gebruiken. Je kunt tussenringen combineren met allerlei objectieven, maar het beste resultaat krijg je toch met een macrolens. De voordelen van de tussenring zijn: hij is relatief goedkoop (ongeveer honderd euro) en je krijgt de kleinste onderwerpen groot in beeld. 

Statief

Moeilijk aan macro-foto’s is dat je al snel onscherpte krijgt bij de geringste beweging van de camera. In het macrogebied wordt door de kleine oppervlakte die je fotografeert elke minimale beweging versterkt doorgegeven. Je kunt dit oplossen met een statief. Zolang het onderwerp zelf niet beweegt, kun je zelfs met zeer langzame sluitertijden haarscherpe opnamen maken. 

Iso, diafragma, sluitertijd

Hoe hoger de diafragmawaarde, des te groter de scherptediepte. Een lage waarde als F 2,8 zorgt er bijvoorbeeld voor dat bij een insect alleen de facet-ogen scherp worden weergegeven. Of dat bij een regendruppel alleen de reflectie in de druppel scherp is en de rest wazig. Hierdoor trekt het scherpe hoofdonderwerp extra de aandacht. Wanneer je een vlinder of een bloem helemaal scherp op de foto wilt, heb je een hogere diafragmawaarde nodig: bij extreme close-ups F 16 of hoger. 

Macro Vlinder

Compositie

De compositie van je beeld is belangrijk. Wat zet je wel en wat zet je niet op de foto en waar plaats je het hoofdonderwerp? In principe gelden hier natuurlijk dezelfde ‘regels’ als bij alle andere vormen van fotografie. 

Wanneer je een insect fotografeert, is het bijvoorbeeld verstandig om het beestje wat extra ruimte te geven in de richting waarin het staat of kijkt. Zet je onderwerp bij voorkeur liever niet pal in het midden van het beeld. Door het onderwerp uit het midden te plaatsen, maak je de compositie een stuk spannender. Laat ook de omgeving meespelen. Een foto van een spin wordt veel interessanter als je het web eveneens op de foto hebt. 

Scherpstellen

Bij het maken van macro-foto’s kun je vaak het beste met de hand scherpstellen. Dat gaat het soepelst door ongeveer op het onderwerp scherp te stellen, en de fijnafstelling te doen door de camera naar voor of naar achter te bewegen. Wanneer je vanaf statief werkt, kun je een speciale ‘focusing rail’ gebruiken. Zo kun je zonder het statief te verplaatsen de afstand tussen camera en onderwerp veranderen. 

Als je onderwerp niet beweegt, kan de autofocus wel van nut zijn. Je hebt dan rustig de tijd om het goede scherpstelpunt te kiezen. Bedenk dat bij macrofotografie het bekende ‘eerst scherpstellen en dan de compositie bepalen’ niet opgaat. De kleinste beweging van je camera kan je onderwerp uit de scherpte laten verdwijnen; nog een reden om met de hand scherp te stellen. Je kunt natuurlijk ook eerst automatisch scherpstellen en dan met de hand bijregelen.

Op de nieuwste modellen is live view een welkome aanwinst. Met je camera op statief kun je in de live view-modus inzoomen op een belangrijke beeldpartij en daarna de scherpstelling (handmatig) optimaliseren. Ook hoef je geen ongemakkelijke houdingen aan te nemen om door de zoeker te kunnen kijken. Zeker voor macrofotografie is deze modus een uitkomst, zoals bezitters van digitale compactcamera’s al sinds mensenheugenis weten. 

Bij macrofotografie zul je een kleine lensopening moeten kiezen (hoge diafragmawaarde) om je onderwerp van voor tot achter scherp te krijgen. Denk aan een waarde van F 16 of nog hoger. 

Profiel Foto Kim
Praat mee