Alles op een rij

Wanneer kies je een vaste lens of zoomlens?

Door: Lub
19/6/2017
Header Zoomlens

Waarom zou je een lens met vast brandpunt (‘prime’) kopen als je al een zoomlens hebt? Of heb je juist liever een paar mooie primes dan dat je met een zoomlens rondloopt? Voor allebei is wel wat te zeggen. De twee lenstypen hebben niet alleen voor- en nadelen, maar ook verschillende eigenschappen. Het een sluit het ander zeker niet uit.

Vaste lenzen zijn scherper

Objectieven met een vast brandpunt (of focuspunt) staan bekend om hun scherpte. Bijna altijd zijn ze een stukje scherper dan wanneer je datzelfde brandpunt op een zoomlens gebruikt. Daarnaast is de detaillering beter. In de foto’s zie je allerlei fijne details die er anders niet op staan. Dat zie je vooral goed als je een foto op honderd procent bekijkt, maar ook als je er normaal naar kijkt maakt het de foto net even wat levensechter.

Zoomlenzen zijn over het algemeen een stukje minder scherp. Bovendien kan die scherpte ook nog eens variëren over het zoombereik. Misschien zit de optimale scherpte ergens in het midden, of juist aan het begin (in de groothoekstand). In de telestand kan een zoomlens wel eens wat minder scherp zijn.

Zoomlens 3

Vertekening

Bij een zoomlens kun je met name in de uiterste standen vervorming tegenkomen, dus in de maximale groothoek- en telestand. Vervorming herken je aan het beeld dat een beetje bol of hol staat. In de nabewerking is dit gelukkig goed op te lossen. Serieuzer is het dat sommige lenzen een soort golfpatroon laten zien. Die lijkt wat op een snor, vandaar de naam moustache-vertekening. Die is heel lastig te corrigeren. Een lens met een vast brandpunt heeft beduidend minder last van vervorming. Er is maar één brandpunt en de optiek is daar volledig op geoptimaliseerd. De vervorming is daardoor uiterst klein of zelfs nagenoeg afwezig.

Prijs

Goede lichtsterke lenzen zijn niet goedkoop. Dat geldt niet alleen voor lenzen met een vast brandpunt, maar ook voor zoomlenzen – al zijn er altijd wel een paar uitzonderingen. Zo bestaat er voor diverse merken de befaamde ‘plastic fantastic’. Dat is een 50mm-lens die zo rond de honderd tot honderdvijftig euro kost. Daar zal je geen buil aan vallen. Het is een bijzonder lichtsterke lens met een diafragma van F 1,8. Deze prime is niet voor niets bij veel mensen geliefd. Vanwege de lage prijs, de hoge lichtsterkte en de toch meer dan goede beeldkwaliteit. Bij een aantal primes kun je kiezen uit twee of meer varianten. Er is dan bijvoorbeeld een peperdure F 1,2- of F 1,4-uitvoering, maar ook een veel goedkopere F 1,8 of F 2,8. Zo kun je zelf bepalen hoeveel geld je wilt neerleggen. De duurste versie is dan niet alleen lichtsterker, maar kan degelijker gebouwd zijn en is misschien ook stof- en spatwaterdicht.

Lichtsterkte

Een groot voordeel van lenzen met een vast brandpunt is dat ze vaak enorm lichtsterk zijn. Is er geen met F 1,2 of F 1,4, dan vast wel een met F 1,8, F 2 of F 2,8. Als je een lichtsterke zoomlens wilt met F 1,2 of F 1,4, kun je lang zoeken. Zoomlenzen houden het rond de F 2,8 meestal wel voor gezien. De hoge lichtsterkte van primes heeft wel direct effect op prijs, grootte en gewicht. Vooral als het brandpunt wat langer wordt, krijg je al snel met een forse lens te maken. Dankzij de lichtsterkte heb je binnen en ’s avonds een veel beter zicht.

Zoomlens 5

Gewicht

Het materiaal van de behuizing bepaalt in sterke mate het gewicht van een objectief. Een lens kan bijvoorbeeld van kunststof maar ook van metaal gemaakt zijn. Daarnaast telt het glaswerk zwaar mee. Hoe meer glas, des te zwaarder de lens. Daarom zijn lichtsterke lenzen een stuk zwaarder dan minder lichtsterke exemplaren. Zelfs al hebben ze dezelfde brandpuntsafstand. Om lichtsterk te zijn, is een erg grote lensopening (diafragma) nodig. De diameter van het objectief neemt daardoor in ieder geval aan de voorzijde enorm toe. De glazen lenzen moeten groot zijn om al dat licht te verzamelen en door te laten. Zodoende zal een F 2,8-prime een stuk kleiner en lichter zijn dan een objectief met F 1,8-objectief. Verder nemen de omvang en het gewicht van een objectief toe met de brandpuntsafstand. Het worden niet voor niets langere lenzen genoemd.

Scherptediepte

Speel je graag met scherptediepte, dan heb je veel profijt van een lens met vast brandpunt, omdat ze bijna altijd enorm lichtsterk zijn. Lichtsterk betekent een grote lensopening, een klein diafragmagetal dus, zoals F 1,4. Hoe groter de lensopening, des te kleiner de scherptediepte kan worden. Zet je een 85mm F1.2 lens op je camera, dan heb je bij maximale lensopening nog maar een flinterdunne scherptediepte. Dat is ideaal voor bijvoorbeeld spannende portretten met een heerlijke achtergrondonscherpte. Belangrijk is wel om dicht op je onderwerp te kruipen. Zorg er bovendien voor dat de achtergrond zich zo ver mogelijk van je onderwerp bevindt. Gebruik je ook nog eens een lange lens, zoals de 85mm-prime, dan maak je de scherptediepte zo klein als maar mogelijk is.

Zoomlens 4

De minimale scherpstelafstand van het objectief telt zwaar mee. Want kun je niet dichtbij genoeg komen, dan neemt de scherptediepte alweer snel toe. Er bestaan ook groothoek-primes waarmee je heel dicht op je onderwerp kunt kruipen, bijna tot tegen het glaswerk aan toe. Door de extreem korte afstand krijg je spectaculaire overzichtsfoto’s waar slechts (een deel van) het onderwerp scherp op staat. Met een normale groothoeklens lukt je dat nooit. Met zoomlenzen kun je ook fraai met scherptediepte spelen, maar dan is het effect duidelijk minder. Een lichtsterke zoomlens komt vaak ‘maar’ tot F 2,8 of F 4.

Lub
Lub